Marianne de Visser over nalaten
'De UvA zit in mijn DNA. Mijn ouders studeerden er en ikzelf ben er ook gaan studeren. Daarna volgde ik mijn opleiding tot neuroloog in het UvA-ziekenhuis: het Wilhelmina Gasthuis en ik ging later in het AMC werken, ook aan de UvA verbonden.
Aan het eind van mijn opleiding tot neuroloog begon ik mijn onderzoek naar de ziekte van Becker. Dit is een erfelijke spieraandoening die alleen bij jongens en mannen voorkomt en waarbij de spierzwakte geleidelijk toeneemt. Eerst worden de spieren van de schouders en het bekken aangetast, later ook andere spieren in het lichaam, en de hartspier. Het was begin jaren tachtig. Ik herinner me dat nog goed, want ik bezocht al deze mensen thuis. Dat waren er zo'n honderd. Hoe ze mij in hun huis ontvingen, vond ik echt aandoenlijk. Later richtte ik mij ook op ALS en andere spierziekten.'
'De UvA is echt mijn universiteit. Ik voel me er nog altijd sterk mee verbonden. Ik blijf graag betrokken bij de activiteiten van de universiteit: ik bezoek speciale bijeenkomsten van het UvA Fonds en de Opening van het Academisch Jaar, waar altijd inspirerende sprekers zijn.
We kregen stapels aanvragen, waaronder de meest fantastische voorstellen.
Die betrokkenheid loopt als een rode draad door mijn professionele leven: van mijn studie en opleiding tot mijn onderzoek en bestuurswerk voor het UvA Fonds. In die laatste rol hield ik mij bijvoorbeeld bezig met de reisbeurzen. We kregen stapels aanvragen, waaronder de meest fantastische voorstellen.'
‘Er is in Nederland maar één fonds dat subsidie geeft voor onderzoek naar spierziekten: het Prinses Beatrix Spierfonds. Dat fonds doet ongelooflijk mooi werk, maar kan jaarlijks slechts een beperkt aantal aanvragen honoreren, terwijl er veel meer aanvragen worden ingediend. Daarom dacht ik: dan kan er best nog een fonds bij.
Via het door mij ingestelde Fonds op Naam worden onderzoeken naar de oorzaak van spierziekten en behandeling door bijvoorbeeld revalidatie ondersteund. Zo zijn onder meer een patiëntenregister voor spierontstekingen, ook wel myositis genoemd, en een revalidatieproject mogelijk gemaakt.
Ook in de toekomst jonge onderzoekers en studenten blijven ondersteunen.
Daarnaast hecht ik veel waarde aan talentontwikkeling. Het is prachtig wanneer jonge onderzoekers en studenten de kans krijgen zich verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld via stages of onderzoek in binnen- en buitenland. Met dit Fonds op Naam hoop ik dat het UvA Fonds ook in de toekomst jonge onderzoekers en studenten kan blijven ondersteunen, ook als ik er zelf niet meer ben.’
'Het is belangrijk om op tijd een testament te maken. Mijn man en ik hebben er bewust voor gekozen om het UvA Fonds daarin een belangrijke plaats te geven. Mijn advies aan alumni die nadenken over nalaten, is om een Fonds op Naam bij hun alma mater te overwegen. Zo kun je heel gericht een vakgebied of thema steunen dat je na aan het hart ligt en structureel bijdragen aan nieuwe generaties studenten en onderzoekers.'