Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Het Allard Pierson Museum krijgt steun voor biografisch archiefonderzoek naar het leven en werk van Emilie Haspels (1894-1980). Haspels was de eerste vrouwelijke hoogleraar Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Met onderzoek naar het leven en werk van Emilie Haspels wil het Allard Pierson Museum haar rol als vrouwelijke pionier belichten en het belang van haar werk voor de wetenschap duiden. Haspels was ook de eerste vrouwelijke directeur van het Allard Pierson Museum. De te schrijven biografie zal inzicht geven in de manier waarop Haspels vanaf begin jaren 20 haar professionele netwerk uitbreidde en hoe zij als vrouwelijke wetenschapper haar weg moest zien te vinden in een wereld die vooral door mannen werd gedomineerd. 

Haspels
Emilie Haspels (rechts met parasol) op de Acropolis, tijdens een excursie in Athene onder leiding van Wilhelm Dörpfeld in 1931 (Foto: Haspels familiearchief).

Standaardwerken 

Haspels organiseerde tussen 1937 en 1939, en 1946 en 1958 een aantal expedities naar de archeologisch vrijwel onontgonnen binnenlanden van Anatolië, Turkije. Hier deed ze niet alleen archeologische ontdekkingen, maar beschreef ze ook de gewoonten en tradities van lokale bevolkingsgroepen. Op die manier documenteerde zij een wereld die inmiddels niet meer bestaat. 

Zij was de eerste vrouwelijke hoogleraar Klassieke Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam (van 1946 tot 1965) en de eerste vrouwelijke directeur van het Allard Pierson Museum. Haar twee monumentale studies Attic Black-Figured Lekythoi (Parijs, 1935) and Highlands of Phrygia. Sites and Monuments (Princeton, 1971) werden bij verschijnen internationaal geprezen en gelden tot op de dag van vandaag als standaardwerken binnen het vak. 

Rijk archief

Haspels blijkt veel bewaard te hebben. Het gaat daarbij om persoonlijke documenten, correspondentie, manuscripten van boeken en artikelen, en documentatie van haar archeologisch onderzoek, inclusief een rijke verzameling foto’s en tekeningen van haar aardewerkonderzoek en haar veldwerk in Turkije. 

Haspels onderhield levendige briefwisselingen met familie, vrienden en kennissen en collega’s in binnen- en buitenland. Ze correspondeerde met onder anderen prinses Juliana, C.W. Lunsingh Scheurleer, Sir John Beazley, Winifred Lamb en Nine Six. Tijdens haar veldonderzoek in Turkije hield ze veldwerkrapporten bij, evenals een dagboek met persoonlijke aantekeningen (door haar ‘Boekie’ genoemd), waarin ze gedetailleerd de vaak moeilijke omstandigheden beschrijft waaronder ze moest werken. Deze documenten geven een levendig beeld van het verloop van Haspels’ carrière, haar ambities, en haar persoonlijke beweegredenen en overdenkingen. 

Voor het eerst zal systematisch biografisch onderzoek naar haar leven en werk plaatsvinden op basis van rijk archiefmateriaal. Centraal staan de netwerken waarvan ze deel uitmaakte en een aantal bepalende perioden in haar leven en carrière, zoals haar gedwongen verblijf in Istanbul tijdens de Tweede Wereldoorlog en haar veldwerk in Anatolië, Turkije.

Ontmoetingen in de Oriënt

Emily Haspels was een van de drie personen die centraal stonden in de tentoonstelling Ontmoetingen met de Oriënt. Bij de makers van de tentoonstelling rees al snel het besef dat Haspels tot op heden niet de aandacht heeft gekregen die zij verdient.