Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
'Hennes.' Zo werd Hans Mol in zijn jeugd genoemd. Een bijnaam die hij nog altijd koestert en die hij ook gaf aan het Fonds op Naam dat hij op 2 oktober '25 instelde bij het UvA Fonds. Met dit fonds wil hij het belang van manuele handvaardigheid binnen de wetenschap onderstrepen.
Hans Mol met UvA Fonds directeur Melchior Bussink, foto Sofie van Veen
Hans Mol met UvA Fonds directeur Melchior Bussink, foto Sofie van Veen

"Hoofd en handen zijn allebei belangrijk. We moeten ze allebei goed weten te gebruiken. Ook op academisch niveau."

Zijn levensverhaal laat zien hoe die overtuiging is ontstaan.

Van moeilijke jeugd naar vakmanschap

Hans Mol groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog, in een gezin met vier jongens. 'We hadden allemaal een bijnaam. De mijne was Hennes.'

Zijn jeugd was niet gemakkelijk. Zijn vader sloot zich tijdens de oorlog aan bij de NSB om uitzending naar Duitsland te voorkomen en bij zijn jonge gezin te kunnen blijven. Na de bevrijding werd hij hiervoor geïnterneerd. De gevolgen waren groot. Het gezin woonde met zes personen in een tweekamerwoning en leefde met het stigma van het oorlogsverleden.

Ook Hans ondervond daar de gevolgen van. 'Op de lagere school was ik geen uitblinker. Ik plaste in mijn bed en was een nagelbijter' Eén ding ging hem wél uitzonderlijk goed af: werken met zijn handen. Op zolder sleutelde hij urenlang met een bankschroef en ontwikkelde hij een bijzonder gevoel voor techniek. Op de Ambachtsschool koos hij uiteindelijk voor instrumenten maken.

Hansie met de gouden handjes

Op zijn veertiende begon Mol te werken in een instrumentenfabriek. Zijn talent bleef niet onopgemerkt.

"Ik stond daar al snel bekend als Hansie met de gouden handjes."

Daar ontstond zijn blijvende overtuiging dat precisie, vakmanschap en discipline minstens zo belangrijk zijn als theoretische kennis.

Na de Ambachtsschool volgden een avondopleiding aan de UTS/HBS B en een leerlingplaats als instrumentenmaker bij de UvA en later het Nederlands Kankerinstituut. Hij kreeg de kans om als extraneus alle praktijkexamens aan de Leidse Instrumentmakers School af te leggen. Alleen het meesterdiploma bleef uit – althans, dat dacht hij jarenlang. Pas in 2019 werd na 55 jaar (!) zijn dossier opnieuw bekeken en bleek dat hij destijds wél was geslaagd. 'Op mijn diploma staat de handtekening van de burgemeester van Leiden', vertelt hij trots.

Hoofd én handen

Voor zijn militaire indiensttreding droomde Mol al van een carrière als vlieger, maar uiteindelijk koos hij voor tandheelkunde. In 1964 schreef hij zich in aan de UvA voor tandheelkunde. Professor Arie de Froe waarschuwde de eerstejaarsstudenten in 1964 direct: 'Slechts de helft van u gaat het halen.' Van de zestig studenten studeerden er uiteindelijk 27 af. Hans Mol was er één van.

"Zeventien jaar had ik geïnvesteerd in manuele vaardigheden. Die kwamen tijdens mijn studie uitstekend van pas."

Na zijn afstuderen in 1970 solliciteerde hij bij professor Hut. 'Ik schreef een sollicitatiebrief zo lang als een rol behang. Het antwoord was één regeltje: "U bent aangesteld".' Hij bleef vervolgens tot zijn pensioen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. 'De UvA is mijn Jeruzalem.'

Een blijvende nalatenschap

Tijdens zijn studie bleef Mol daarnaast als instrumentmaker werken. Juist die combinatie van denken en doen werd de rode draad in zijn loopbaan als kaakchirurg.

"De hele menselijke evolutie is de vrucht van hoofd én handen. En niet anders."

Met het Hennes Fonds wil hij die gedachte doorgeven aan volgende generaties. Het fonds ondersteunt initiatieven die het belang van vakmanschap, precisie en creativiteit binnen de wetenschap zichtbaar maken. Ook buiten zijn werk bleef Mol met zijn handen creëren. Met zichtbaar plezier laat hij een ingewikkeld metalen kunstwerk zien, gemaakt uit één enkele ronde plaat van metaal.

"Heel ingewikkeld," zegt hij lachend. "Maar juist het werken met mijn handen is altijd een enorme motivatie geweest."

Voor Mol geldt dat niet alleen voor de medische wereld. Ook restauratie, kunst en tal van andere disciplines vragen om ambacht, verbeeldingskracht en precisie. Met het Hennes Fonds laat Hans Mol een tastbare nalatenschap achter. Een fonds dat zijn overtuiging uitdraagt dat hoofd en handen elkaar versterken – in de wetenschap én in het leven.

Hans Mol tijdens de presentatie van het Hennesfonds, foto Sofie van Veen
  • 11-7-1937 – Geboren in Diemen
  • 1938 – Verhuizing naar Amsterdam
  • 1951–1956 – Instrumentenfabriek Almara
  • 1951–1956 – Avondopleiding UTS (voorloper MTS)
  • 1954–1955 – Leerling-instrumentenmaker bij de Gemeenteuniversiteit Amsterdam (nu UvA) bij prof. B.C.P. Jansen
  • 1955–1963 – Instrumentenmaker Nederlands Kankerinstituut (onderbroken door militaire dienst)
  • 1957–1961 – Onderofficier bij de Luchtmacht (weerkundige dienst)
  • 1955–1963 – Examens als extraneus aan de Leidse Instrumentmakersschool; diploma na herbeoordeling alsnog toegekend in 2019
  • 1959–1964 – Avondlyceum, HBS-staatsexamen
  • 1964–1970 – Studie tandheelkunde, UvA
  • 1970–1974 – Specialisatie mondheelkunde en chirurgische prothetiek
  • 1970–2002 – Kaakchirurg Wilhelmina Gasthuis, vanaf 1982 AMC
  • 1975 – Oprichting privépolikliniek voor ambulante kaakchirurgie in Diemen
  • 2007 – Pensioen