Met steun van het Startstipendium onderzoekt Gravesteijn welke biologische processen achter de gunstige effecten van bewegen schuilgaan.
3 februari 2026
Als het onderzoek van Gravesteijn slaagt, krijgen behandelaren en onderzoekers beter inzicht in hoe lichaamsbeweging het brein kan beschermen bij mensen met multiple sclerose (MS). Dat kan helpen om ziekteprogressie beter te begrijpen én om oefentherapie gerichter in te zetten als aanvulling op bestaande behandelingen. Met steun van het Startstipendium onderzoekt Gravesteijn welke biologische processen achter de gunstige effecten van bewegen schuilgaan.
‘We weten al dat bewegen goed is voor mensen met MS, maar nog onvoldoende waarom dat zo is,’ zegt Gravesteijn. ‘Door die onderliggende mechanismen te ontrafelen, kunnen we hopelijk verklaren hoe beweging bijdraagt aan gezondheid en in het specifiek hersengezondheid.’
Gravesteijn werkt als postdoctoraal onderzoeker bij de afdelingen Revalidatiegeneeskunde en Neurologie van Amsterdam UMC en is verbonden aan het MS Centrum Amsterdam. In mei 2025 promoveerde zij op onderzoek naar de rol van fysieke fitheid en fysieke training bij ziekteprogressie bij mensen met MS. Dat onderzoek voerde zij uit binnen de afdeling Revalidatiegeneeskunde van Amsterdam UMC.
Haar academische route begon met een bachelor Fysiotherapie, gevolgd door een master Human Movement Sciences met specialisatie in revalidatie. ‘Die combinatie vind ik heel waardevol,’ vertelt ze. ‘Ik kan klinische vragen uit de praktijk koppelen aan fundamenteel en toegepast onderzoek. Dat helpt om onderzoek te doen dat echt relevant is voor patiënten.’
Bij MS richten veel huidige behandelingen zich vooral op het remmen van ontstekingen. Toch speelt neurodegeneratie – het geleidelijke verlies van zenuwcellen – een grote rol bij het ontstaan van blijvende en geleidelijke toenemende beperkingen. ‘Juist daar ligt een belangrijk probleem,’ legt Gravesteijn uit. ‘Ontstekingen kunnen we steeds beter behandelen, maar het beschermen van het brein blijft een grote uitdaging.’
We kijken naar zogeheten “exerkines”: stoffen in het bloed die worden beïnvloed door bewegen en mogelijk een beschermend effect hebben op de hersenen.
Uit eerdere studies blijkt dat bewegen positieve effecten kan hebben op de hersenen, maar hoe dat precies werkt is grotendeels onbekend. In haar nieuwe project onderzoekt Gravesteijn welke stoffen vrijkomen door lichaamsbeweging. ‘We kijken naar zogeheten “exerkines”: stoffen in het bloed die worden beïnvloed door bewegen en mogelijk een beschermend effect hebben op de hersenen.’
Met behulp van geavanceerde serumproteomics analyseert ze honderden tot duizenden eiwitten tegelijk. ‘Door die moleculaire veranderingen te koppelen aan hersenbeelden en klinische gegevens, kunnen we beter begrijpen welke biologische processen samenhangen met gunstige effecten van bewegen.’
Het Startstipendium maakt dit onderzoek mogelijk. ‘Deze analyses zijn kostbaar en vallen vaak buiten reguliere financiering,’ zegt Gravesteijn. ‘Dankzij het stipendium kan ik high-resolution proteomics toepassen op bestaand cohortmateriaal.’
Dat levert niet alleen nieuwe inzichten op, maar helpt haar ook om een zelfstandige onderzoekslijn op te bouwen. ‘Voor een jonge onderzoeker is het enorm belangrijk om dit soort stappen te kunnen zetten,’ benadrukt ze. ‘Het stipendium geeft me de ruimte om innovatieve vragen te stellen en nieuwe methoden te gebruiken.’
Met haar onderzoek hoopt Gravesteijn biologische markers te identificeren die verklaren hoe fysieke training invloed uit kan oefenen op de hersenen. ‘Uiteindelijk zou dit kunnen leiden tot eenvoudige, betaalbare biomarkers om ziekteprogressie te volgen en de effecten van fysieke training te kunnen monitoren.’
De impact van het Startstipendium is daarbij groot. ‘Het helpt een brug te slaan tussen wat we zien bij mensen die bewegen en wat er op moleculair niveau in het lichaam gebeurt,’ zegt Gravesteijn. ‘Die koppeling is essentieel als we fysieke training echt als een serieuze, biologisch onderbouwde interventie willen inzetten.’
Haar ambitie is helder: ‘Als we beter begrijpen hoe beweging het brein beschermt, kunnen we mensen met MS gerichter ondersteunen. Zelfs kleine stappen richting vertraging van ziekteprogressie kunnen een groot verschil maken in kwaliteit van leven.’
Het UvA Fonds ondersteunt met het Startstipendium veelbelovende jonge, medische wetenschappers. Kandidaten voor het Startstipendium zijn werkzaam bij Amsterdam UMC of Amsterdam UMC Research BV, zijn geaffilieerd met een van de acht onderzoeksinstituten van Amsterdam UMC en zijn niet langer dan 5 jaar geleden gepromoveerd. De volgende aanvraagronde staat gepland voor voorjaar 2026.
Het Spinoza Fonds (dat de steun van het Startstipendium mogelijk maakt) ondersteunt jong wetenschappelijk talent. Iedereen kan een bijdrage leveren aan dit fonds. Voor donaties en meer informatie kunt u terecht op de website of contact opnemen met Juliëtte Nieuwland: j.m.m.nieuwland@uva.nl