Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Voor de derde keer zijn beurzen vanuit het Spinoza Fonds (het Startstipendium) toegekend aan zeven jonge wetenschappers van Amsterdam UMC. Dankzij deze financiële steun, die mogelijk wordt gemaakt door het Spinoza Fonds van het UvA fonds, kunnen zij innovatieve projecten uitvoeren die hun academische loopbaan verder helpen. Anne van Nifterick is een van de zeven.

Als het onderzoek van Anne van Nifterick slaagt, weten artsen straks beter welke hersencellen bij Alzheimer 'op hol slaan' en welke moleculaire processen daarachter zitten. Dat kan de weg vrijmaken voor gerichtere behandelingen, zoals veilige vormen van hersenstimulatie, die de ziekte mogelijk kunnen afremmen, klachten kunnen uitstellen of zelfs verminderen. 

'Door te begrijpen wáár het misgaat in de hersenen, krijgen we ook ideeën hóe we kunnen ingrijpen,' zegt Van Nifterick. 'Uiteindelijk hoop ik dat onze bevindingen bijdragen aan betere therapieën voor mensen met Alzheimer.' 

Van Amsterdam tot Alzheimercentrum 

Van Nifterick is 31 jaar en een echte Amsterdammer. 'Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en hier ook blijven studeren,' vertelt ze. Na haar bachelor Gezondheid en Leven aan de Vrije Universiteit (VU) rondde ze een master Neurosciences af. Begin 2025 promoveerde ze aan de VU en nu werkt ze als postdoc bij het Alzheimercentrum Amsterdam van Amsterdam UMC, locatie VUmc. 

'Ik wilde altijd al begrijpen hoe de hersenen werken,' zegt ze. Alzheimer heeft me altijd geboeid: wat gaat er mis en hoe ontwikkelt de ziekte zich? Daarnaast zag ik ook wat het met mensen doet: hoe ze hun herinneringen en zelfstandigheid kwijtraken. Dat is enorm ingrijpend voor patiënten en hun omgeving. Dat motiveert me om juist aan deze ziekte te werken.' 

Wat gaat er mis in de Alzheimer-hersenen? 

In haar onderzoek kijkt Van Nifterick naar de elektrische activiteit van de hersenen. 'Je kunt hersenactiviteit meten met technieken als EEG en MEG,' legt ze uit. 'Dat zijn veilige, pijnloze metingen van hersengolven, een soort ‘hartfilmpje’ maar dan van de hersenen.' 

'Lange tijd dachten we: dat komt doordat hersencellen afsterven. Maar we zien deze veranderingen al heel vroeg, nog voordat er duidelijk hersenkrimp is. Dat is een belangrijk signaal dat er iets anders aan de hand is.

Bij mensen met Alzheimer vallen twee dingen op: de hersengolven worden trager en de verbindingen tussen belangrijke knooppunten in het hersennetwerk worden zwakker. 'Lange tijd dachten we: dat komt doordat hersencellen afsterven,' zegt Van Nifterick. 'Maar we zien deze veranderingen al heel vroeg, nog voordat er duidelijk hersenkrimp is. Dat is een belangrijk signaal dat er iets anders aan de hand is.' 

Steeds meer onderzoek wijst erop dat bepaalde hersencellen juist te actief zijn. 'We denken dat een verhoogde prikkelbaarheid van hersencellen – dus cellen die te snel ‘vuren’ – een rol speelt,' zegt Van Nifterick. 'Als dat klopt, opent dat nieuwe mogelijkheden om in te grijpen.' 

Dankzij Startstipendium: van hersengolven naar hersencellen 

Om dat te onderzoeken, combineert Van Nifterick hersengolfmetingen met onderzoek aan gedoneerd hersenweefsel van Alzheimerpatiënten. 'We bestuderen hersenen van mensen die tijdens hun leven in het Alzheimercentrum een EEG- of MEG-onderzoek hebben gehad,' legt ze uit. 'Specifiek kiezen we mensen bij wie we epileptische activiteit zagen. Dat is de meest duidelijke vorm van overmatige prikkelbaarheid.' 

Het Startstipendium maakt een cruciale stap mogelijk. 'Dankzij deze bijdrage kunnen we per cel bepalen welke genen “aan” staan,' zegt Van Nifterick. 'Met single-nucleus RNA-sequencing – een geavanceerde techniek – krijgen we een soort moleculaire ‘vingerafdruk’ per cel. Daarmee zoeken we uit welke cellen gevoeliger zijn voor prikkeling dan je zou verwachten en welke moleculaire schakelaars daarbij een rol spelen.’ 

Naar betere behandelingen 

Met die kennis hoopt Van Nifterick aanknopingspunten te vinden voor behandeling. 'Als we weten welke processen en celtypen bijdragen aan die verhoogde prikkelbaarheid, kunnen we gerichter nadenken over hoe we die verstoring kunnen normaliseren,' zegt ze. 'Denk bijvoorbeeld aan niet-invasieve hersenstimulatie, waarbij we van buitenaf zachtjes de hersenactiviteit bijsturen.' 

De rol van het Startstipendium is daarbij onmisbaar. 'Zonder deze steun zouden we deze dure, gedetailleerde analyses niet kunnen doen,' benadrukt ze. 'Het stipendium geeft ons de kans een brug te slaan tussen wat we zien in de hersenmetingen en wat er op celniveau misgaat.' 

Haar doel is duidelijk: 'Ik hoop dat we uiteindelijk kunnen bijdragen aan behandelingen die de ziekte vertragen of klachten verminderen,' zegt Van Nifterick. 'Voor mensen met Alzheimer en hun naasten zou zelfs een kleine vertraging in achteruitgang al een wereld van verschil maken.'